Osteopathie voor honden

Algemeen:

Het algemene principe dat de osteopathie het lichaam als een eenheid beschouwt, geldt ook voor honden. Het lichaam is opgebouwd uit verschillende systemen die met elkaar samenwerken en elkaar beïnvloeden. Voorbeelden van deze systemen zijn het zenuwstelsel, de inwendige organen, het bewegingsapparaat en de huid. In het lichaam werken deze systemen samen om een zo gezond mogelijk evenwicht in het lichaam te bewaren

In de osteopathie werkt men met het principe dat alle structuren in het lichaam moeten kunnen bewegen. Dus niet alleen spieren en gewrichten hebben een beweeglijkheid, maar ook bijvoorbeeld bindweefsels, organen en de schedelbotten bewegen. Meestal is deze beweeglijkheid heel klein, maar wel noodzakelijk voor het normaal functioneren van die structuur. Wanneer er kleine verstoringen in de beweeglijkheid van een bepaalde structuur optreden, zal het lichaam in principe proberen dit zelf op te lossen. Wanneer dit niet lukt, kan er in het lichaam een probleem ontstaan. De osteopaat kan door het herstellen van de beweeglijkheid helpen in het oplossen van het probleem.
 

Behandeling van de rug bij een teckel Behandeling van de rug bij een Ierse Wolfshond
Behandeling van de rug bij een teckel

Behandeling van de rug bij een Ierse Wolfshond

 

In de osteopathie wordt het lichaam verdeeld in drie deelgebieden. Deze deelgebieden werken dus samen om het evenwicht in het lichaam te bewaren.


1) Het parietale systeem

Dit systeem omvat het bewegingsapparaat. Onder het bewegingsapparaat vallen bijvoorbeeld spieren, botten, pezen en gewrichten en de wervelkolom.

Het skelet van een hond
Het skelet

Bij honden is er veel variatie in bouw. Een bepaalde bouw kan gevoeligheid voor bepaalde aandoeningen aan het bewegingsapparaat meegeven. Bepaalde rassen zijn bijvoorbeeld gevoeliger voor het ontwikkelen van rugklachten dan andere. Bij andere rassen zie je veel eerder heup- of elleboogklachten.
 



 

2) Het viscerale systeem

Hieronder vallen alle inwendige organen (o.a. het spijsverteringsstelsel en het ademhalingsstelsel) en de bloedvaten.

Spijsverteringsstelsel van de hond

  1. mond
  2. speekselklieren
  3. keel
  4. slokdarm
  5. maag
  6. lever
  7. twaakvingerige darm
  8. alvleesklier
  9. dunnedarm
10. dunnedarm
11. blindedarm
12. dikkedarm
13. endeldarm

Spijsverteringsstelsel van de hond

 

Het viscerale systeem van de hond (een vleeseter) is natuurlijk anders dan dat van een paard (planteneter). Alleen in het spijsverteringssysteem vinden we al grote verschillen. Een hond heeft bijvoorbeeld een heel ander gebit dan een paard. Ook de bouw van het maag/darmstelsel is anders. Vleeseters zoals de hond hebben een relatief veel korter maag/darmkanaal dan planteneters zoals het paard. De reden hiervoor is dat plantenmateriaal veel meer bewerking nodig heeft voor het door het lichaam kan worden opgenomen dan vlees.

Behandeling van de buik
Behandeling van de buik
 

3) Het cranio-sacrale systeem

Hieronder vallen de schedel (het cranium) en het heiligbeen (het sacrum) en de verbinding tussen deze twee structuren via de wervelkolom en het ruggenmerg. Net zoals alle andere structuren in het lichaam hebben ook de schedel en het heiligbeen een bepaalde beweeglijkheid. De schedel is opgebouwd uit een aantal verschillende botten. Door deze opbouw kan er een kleine beweging in de schedel plaatsvinden.

De schedel van de hond Cranio-sacrale behandeling
De schedel van de hond, de verschillende botstukken
zijn met aparte kleuren aangegeven

Cranio-sacrale behandeling

Bij hond is heel veel variatie in vorm van de schedel. Ondanks deze verschillen in bouw van de schedel bij de verschillende rassen is beweeglijkheid in elke schedel mogelijk.

Schedel Australian Shepherd

Schedel Boxer

Schedel Shih-tzu
Australian Shepherd

Boxer

Shih-tzu

De schedel en het heiligbeen zijn met elkaar verbonden via de wervelkolom. Problemen in de wervelkolom gaan dus ook vaak het cranio-sacrale systeem beïnvloeden Verstoorde beweeglijkheid in dit systeem kan bijvoorbeeld hormonale problemen, hoofdpijn en gedragsveranderingen geven.


Voor welke klachten:

Veel verschillende klachten kunnen door osteopathie worden beïnvloed. Er zijn steeds meer honden die sporten en dat brengt ook een groter risico voor het oplopen van problemen met zich mee. Rare bewegingen, springen of vallen kunnen soms blokkades veroorzaken.

Rugklachten en (vage) kreupelheden zijn klachten die door het sporten makkelijk optreden en vaak goed met osteopathie te behandelen zijn. Verder kun je denken aan pijnklachten door arthrose en/of spondylose. Natuurlijk kan de osteopathie dit soort aandoeningen niet genezen, maar het is vaak wel mogelijk verlichting van de klachten te geven.
Verdere voorbeelden van problemen die met osteopathie te beïnvloeden zijn, zijn onder andere herniaklachten bij honden, problemen met de spijsvertering en gedragsveranderingen zonder duidelijke oorzaak. Bij acute klachten altijd eerst uw dierenarts raadplegen!


Behandeling:

De behandeling begint met een onderzoek van de hond. De hond zit, staat of ligt hierbij. Meestal wordt gekozen voor de houding waarin de hond zich het meest ontspannen voelt op dat moment. Wanneer er in het onderzoek problemen worden gevonden, wordt de hond behandeld. Ook bij de hond worden uitsluitend manuele zachte technieken gebruikt. De meeste honden laten dit over het algemeen probleemloos toe. De hond wordt niet verdoofd tijdens een osteopatisch onderzoek en/of behandeling.

                     

De behandeling duurt over het algemeen ongeveer drie kwartier. Een tweede behandeling volgt vaak met drie tot vijf weken. De behandelduur is over algemeen iets korter dan bij het paard en er wordt meestal iets frequenter behandeld. Het is belangrijk dat de hond na de behandeling even rustig aan doet. Dit houdt over het algemeen in dat de hond wel mag wel worden uitgelaten, maar dat het beter is om niet meteen fanatiek te gaan sporten of bijvoorbeeld heel wild te spelen met andere honden. Veel eigenaren geven ook aan dat hun hond na de behandeling een paar dagen wat moe is en zelf meer rust neemt.

Hoeveel behandelingen nodig zijn is afhankelijk van de klacht, hoe lang deze al bestaat en hoe de hond zich laat behandelen. Gemiddeld wordt na drie tot vijf behandelingen het resultaat van de behandeling geëvalueerd.
Honden worden altijd in een van onze praktijkruimtes behandeld.