- Publicatie BIT over aansnoeren, februari 2008
- Publicatie BIT over tongproblemen, juni 2007
- Publicaties BIT over Devoto, 2005 en 2006
- Publicatie Seasons juli/augustus 2006 - Celia Egmond
- Publicatie Zenderstreeknieuws 9 augustus 2006
![]() |
![]() |
![]() |
Publicatie BIT februari 2008: Wat snoer je aan? - Tessa van Daalen
Strakker hoofdstel lost niets op
Luistert je paard niet goed tijdens het rijden? Voor veel ruiters is dit de
reden om de neusriem nog eens flink aan te trekken. Een rijkunstig probleem los
je echter nooit op door je hoofdstel strakker vast te maken, waarschuwen de
deskundigen.
Theoretisch gezien zou de je door een strak dichtgebonden neusriem de zenuw die
uit te schedel treedt ter hoogte van de neusriem (de nervus infra-orbitalis)
kunnen irriteren, waardoor een paard een verdoofd gevoel krijgt in de neus en de
bovenlip. Oren hechten aan op het ‘slaapbeen’ in de schedel. Een te kleine
frontriem kan op langere termijn negatieve gevolgen hebben voor de vrije
beweeglijkheid van dit slaapbeen. Bij een te strakke keelriem komt bij een paard
dat aan de teugel loopt de luchtpijp in de knel. “Er bestaat een Amerikaans
onderzoek waarbij groeven in het neusbeen van paardenschedels werden
aangetroffen, veroorzaakt door aangesnoerde neusriemen”, vertelt Paul Versluis.
Hij is paardengebitsverzorger en geeft lezingen als consulent van Mylerbitten.
Aanleuningsproblemen zijn zijn specialiteit.
Verbloemen
Paarden die tegen de hand in gaan, achter de teugel kruipen, hun mond
opensperren, met de tong naar buiten lopen of kantelen met hun hoofd. Versluis
ziet de voorbeelden regelmatig. Zijn ervaring: er wordt snel naar hulpmiddelen,
zoals een strak aangesnoerde neusriem, gegrepen om het werkelijke probleem te
verbloemen. “Een dikke neusriem verdeeld de druk wel, maar als je die te strak
doet kan een paard zijn kaken niet van elkaar krijgen. Dat geeft stress en
verzet.” Daardoor wordt het probleem dus niet opgelost. Tijdens zijn clinics
ziet Versluis bij acht van de tien ‘probleempaarden’ een te strak hoofdstel.
“Soms is het kopstuk te klein zodat het leer in de oren snijdt. Onderhoud van
het leer is ook een punt: te hard en te stug leer voelt onprettig voor een
paard. Wat ik echt het meest zie, is een verkeerd vastgemaakte neusriem. Te
strak, te laag of te hoog.”
Een mens is in verhouding tot een paard klein en veel minder sterk. Door het
gebruik van een bit, waarmee veel pijnlijke druk in de mond kan worden
uitgeoefend als er constant hard aan wordt getrokken, wordt het hoofd naar
beneden gedwongen. Een paardenhoofd is lang, er ontstaat door die vorm een soort
hefboomwerking. De krachten die vrijkomen op de eerste halswervel zijn een
veelvoud van de trekkrachten van de ruiter. Iets om als ruiter bij stil te
staan.
Vervelend gevoel
Paardenosteopaat Martine Burgers is in haar praktijk nog nooit een paard
tegengekomen dat door een verkeerd vastgemaakt hoofdstel fysieke problemen
kreeg. “Wel dat een paard door een val of doordat hij had gehangen in het
halster een blokkade in de regio van het hoofd of de nek opliep, waardoor het
dragen van een hoofdstel vervelend aanvoelde voor hem. Als het hoofdstel dan ook
nog niet goed past of verkeerd is vastgemaakt wordt het extra akelig voor het
paard. Je kunt het je voorstellen als een cap die goed past. Heb je hoofdpijn,
dan kan de pijn door het dragen van diezelfde cap verergeren, al betekent het
niet dat die ineens minder goed past.” Vindt een paard het hoofdstel vervelend
doordat hij een blokkade rond zijn hoofd heeft, dan is het aanpassen van een
hoofdstel niet voldoende om de klachten te laten verdwijnen. Kan een te los
hoofdstel ook problemen geven? Burgers denkt dat het knap vervelend kan zijn als
de riempjes rond zijn hoofd constant klapperen en bewegen. “Het paard raakt daar
waarschijnlijk wel geïrriteerd door, maar lichamelijke consequenties heeft het
niet.”
Te veel spanning
Hoe doe je het hoofdstel goed om, zodat het je paard niet belemmert of
beschadigt? “Een hoofdstel moet zo zitten dat het nergens klemt of knelt. Een
aansnoerneusriem is een prima ding, als je hem maar niet aansnoert. Punt is dat
ruiters die hun paard niet aan de teugel krijgen te vaak denken dit op te lossen
met aanpassingen aan het harnachement. Meestal is het geen kwestie van niet
willen, maar door een fysiek probleem niet kunnen. Als er bij een lichamelijke
blokkade hulpmiddelen als te strakke neusriemen of hulpteugels worden gebruikt,
kunnen de problemen verergeren. Als een paard consequent met veel hand aan de
teugel wordt getrokken kan dat irritatie geven op de eerste halswervel en kan er
in deze regio een te hoge spanning ontstaan. Het is echt niet erg als je even
druk neemt en weer loslaat. Vasthouden tot een paard nageeft is een ander
verhaal. Een paard vangt dit op door zich sterker te maken. Je kweekt er alleen
dikkere nekspieren mee en die wil je nou juist niet”, legt Burgers uit.
Martelwerktuig
“Als een hoofdstel en een bit goed passen is er niets aan de hand. Zo niet en in
handen van een ruwe of onkundige ruiter kan het een martelwerktuig worden”, zegt
Frans van Toor, paardenarts van kliniek de Raaphorst in Wassenaar. Hij vindt het
jammer dat er bij gebrek aan rijkunst vaak aan het harnachement wordt gerommeld
of naar hulpteugels wordt gegrepen, die vervolgens als dwangteugels worden
gebruikt. “De hefboomwerking daarvan is enorm en dat kan zeker problemen geven.”
Van Toor vergelijkt een hoofdstel met een auto, die bij gebruik door een
getraind persoon geen gevaar oplevert, terwijl een kind er de grootste
ongelukken mee maakt. “Wij zien in onze kliniek zelden problemen door een te
strak hoofdstel. Wel door verkeerde bitten. Tijdens een onderzoek naar
rugklachten of bij rijproblemen onderzoeken we ook altijd de spieren net achter
de oren, waar het hoofdstel druk op uitoefent. Van zenuwpijn is nooit sprake,
maar slecht passende hoofdstellen kunnen wel voor spierproblemen zorgen.”
Als een paard tijdens een operatie lang op de zijkant van zijn hoofd heeft
gelegen zonder voldoende ondersteuning, dan kan de zenuw ‘nervus facialis’
afgekneld raken, wat een hangende lip tot gevolg heeft. “Ik heb dit echter nog
nooit gezien door de invloed van een te strak aangesnoerde neusriem. Alleen moet
je je als ruiter wel goed realiseren dat een paard nooit lekker los in zijn lijf
kan lopen met al die spanning op zijn kaak.” Hij adviseert niet zomaar een
hoofdstel en een bit te kopen uit een catalogus, maar je deskundig te laten
adviseren. “Het hoofdstel moet bij het paard passen.”
![]() |
![]() |
![]() |
Publicatie BIT juni 2007: Tongproblemen - Tessa van Daalen
Tongproblemen
Sommige paarden lopen soms met hun tong buiten de mond, sommige doen het altijd.
Het is een uiting van ongenoegen van het paard. Een uiting die er niet charmant
uitziet, ervoor zorgt dat de ruiterhulpen niet goed doorkomen en je aftrek van
punten oplevert in de dressuur. Redenen genoeg om de oorzaak te zoeken en die
tong weer 'binnenboord' te krijgen.
De veterinair:
"Veel tongproblemen hebben met het bit te maken", zegt Dr. Hilary M. Clayton van
de Universiteit van Michigan in Amerika. Zij deed onderzoek naar de invloed van
bitten op de paardenmond. "Vrijwel altijd is het uitsteken van de tong een
signaal dat een paard pijn heeft. De tong wordt soms gebruikt om druk ergens in
de mond te verminderen. Ik heb paarden gezien die het bit tegen hun bovenlip
aandrukten, om te voorkomen dat het tegen een wolfstand aankwam." Dr. Clayton is
geen voorstander van de enkelgebroken trens. Te breed of te laag in de mond kan
het voor irritatie zorgen, waardoor paarden onrustig worden met hun tong. De
punt waar een enkelgebroken bit scharniert wordt, als de teugels zijn
aangenomen, tegen het gehemelte gedrukt. Dat geeft een akelig gevoel, waarop
sommige paarden reageren met het uitsteken van hun tong. Een dubbelgebroken bit
voorkomt directe druk op het gehemelte. Het materiaal? "Er wordt wel beweerd dat
paarden reageren op het nikkel in bitten. Ik heb daar nooit enig bewijs van
gezien, maar ik weet dat mensen allergisch kunnen zijn voor het materiaal, dus
het kan een factor zijn." De ruiter kan een oorzaak zijn van tongproblemen.
"Sommige paarden steken nooit hun tong uit, ongeacht hoe hard een ruiter aan de
teugels trekt of welk bit er wordt gebruikt. Andere zijn altijd moeilijk in hun
mond." Dr. Clayton is ervan overtuigd dat druk van het bit op de lagen van de
kaak voor een paard akeliger is dan op de tong. "De tong is echter het meest
mobiele onderdeel in de mond, logisch dus dat hij die gebruikt om zijn gevoelens
mee uit te drukken." Ze raadt iedereen aan om goed te controleren of een bit wel
bij het paard past en of de maat goed is. Het moet niet zo dik zijn dat het de
hele mondspleet vult en vooral het gehemelte niet raken. Een goed passend bit is
maximaal één centimeter breder dan de paardenmond. Het hangt goed als het vrij
blijft van de tanden en het hoofdstel nog op een normale manier over de oren van
het paard past.
De tandarts:
De tong ligt in de paardenmond tussen de onderste kiezen. Als daar scherpe
randen aan zitten en een paard is enigszins beweeglijk met z'n tong, dan wordt
die al snel opengehaald. Paardentandarts Hans Ruygrok uit 't Zand legt uit. "De
één reageert nergens op, de ander is bij een klein, scherp randje de kluts al
kwijt en gooit zijn tong van ellende naar buiten." Ruinen en hengsten hebben een
paar extra tanden die bij de lagen tussen de snijtanden en de eerste kiezen
liggen. Als deze te lang zijn en ook nog enigszins naar binnen staan, ligt de
tong daar vervelend tegenaan gedrukt als een paard z'n mond dicht heeft. Gevolg:
de tong wordt erlangs naar buiten gelegd om het akelige gevoel te vermijden. Als
de tanden en kiezen niet helemaal op één lijn staan, slijten ze niet gelijkmatig
af en kunnen de voortanden te lang worden, waardoor er constant meer druk op
staat. De voortanden zijn gevoeliger dan de kiezen, dus steken sommige paarden
hun tong ertussen om van de druk af te zijn. "Natuurlijk kun je dat als tandarts
oplossen door ze in te korten, netjes af te ronden en alles mooi weer op één
lijn te brengen. Loopt het paard al een paar maanden met zijn tong naar buiten?
Dan blijft hij dat soms ook doen als het probleem is verholpen, dan is het een
gewoonte geworden." Je kunt problemen voorkomen door je paard minstens één keer
per jaar door een goede paardentandarts te laten controleren.
De osteopaat:
Paardenosteopaat Martine Burgers is afgestudeerd op het onderwerp tongproblemen.
"Als een paard tijdens het rijden zijn tong uit zijn mond steekt is dit
eigenlijk altijd een teken van ongenoegen. Een te harde ruiterhand, stress of
slecht passend harnachement zijn allemaal mogelijke oorzaken. In de meeste
gevallen is echter sprake van één of meerdere blokkades in het lichaam. Meestal
zitten die rond de eerste halswervel, het tongbeen of de schedel. Ze kunnen
echter ook verder weg liggen. Het heiligbeen bijvoorbeeld, ter hoogte van het
kruis, staat via het ruggenmerg in verbinding met de schedel. Blokkades op die
plek kunnen tongproblemen opleveren." Door een te dik bit kan het paard zijn
mond niet goed sluiten, wat spanning rond de kaak oplevert, waardoor op termijn
problemen rond de eerste halswervel ontstaan. Burgers: "Mijn ervaring is dat
paarden met een tongprobleem dit eerder tonen als ze op stang en trens worden
gereden. Ik denk dat het te maken heeft met de kantelwerking van de stang,
waardoor extra druk achter de oren ontstaat. Daar zit de eerste halswervel en
als de spanning op die plek al hoog is, is de druk van de stang extra
vervelend." Problemen met het gebit, zoals wolfstanden of haken op de kiezen, of
een slecht passend zadel spelen vaak mee. "Het lijkt misschien ver gezocht, maar
door een blokkade onder het zadel krijg je een te hoge spanning rond het
middenrif. Dat staat via onderhuids bindweefsel weer in verbinding met het
tongbeen en de eerste halswervel." Burgers is ervan overtuigd dat tongproblemen
op te lossen zijn, of althans te verminderen. Begin met het kritisch controleren
van je harnachement. Overleg met je instructeur of je iets kunt veranderen aan
je manier van rijden, waardoor je het makkelijker maakt voor je paard. Laat een
gediplomeerd osteopaat blokkades wegnemen in het hele lichaam. "Alles staat
namelijk in verbinding met elkaar, dus het is te beperkt om alleen rond het
hoofd te behandelen. Als het voor het paard een gewoonte is geworden om zijn
tong uit te steken is het moeilijker om het probleem helemaal op te lossen. Maar
niet onmogelijk, het heeft altijd nut om blokkades weg te halen. Wacht niet te
lang met zoeken naar de oorzaak als je paard zijn tong uitsteekt tijdens het
rijden, hij doet dit niet voor niets. Een verlamming? Dat bestaat wel, maar dan
is het beeld anders. Dan kan een paard namelijk ook niet normaal slikken."
De instructeur:
Een aanleuningsprobleem dat door de ruiter wordt veroorzaakt. Rien van der
Schaft legt uit: "Heeft een paard vertrouwen in de hand van de ruiter, dan heeft
hij geen reden om zijn tong eruit te gooien. De ruiter hoort in ontspanning van
achteren naar voren te rijden en te wachten tot het paard de aanleuning neemt.
Daar zit 'm de kneep, bijna niemand wacht daar op, maar dwingt het hoofd in een
houding." Van der Schaft erkent dat er paarden zijn die in ontspanning hun tong
laten hangen, waardoor er een streepje is te zien. "Maar dat is geen drie
centimeter, slechts een klein randje. Zo'n tong is een lang ding, ik kan me
voorstellen dat er paarden zijn die 'm een beetje laten hangen als ze lekker
lopen. Je ziet dan duidelijk aan het totaalbeeld dat het niet met spanning of
dwang te maken heeft."
Wie tegen tongproblemen aanloopt doet er goed aan een stapje terug te doen.
"Steek er tijd in om het paard je hand weer te laten vertrouwen, rijd hem
opnieuw in ontspanning voorwaarts. Het laat zich wel oplossen, maar zodra het
paard weer in zijn mond wordt gekneld, zal hij in de oude gewoonte terugvallen.
Soms helpt het om een tijdje een ander met een fijne hand en een goede techniek
te laten rijden op zo'n paard. Maar uiteindelijk moet de ruiter zelf het ook
leren, anders keert het probleem toch weer terug."
Verkeerd gebruik van stang en trens kan tongproblemen veroorzaken. "Stang en
trens is een prima instrument voor de verfijning van het rijden. Het is een
machtig middel, waar je mee moet léren rijden. Met trens zie je de problemen
ook, trekkende ruiters en dichtgesnoerde monden door de sperriem. Met stang en
trens valt die categorie eerder door de mand. Je moet het rijden toepassen zoals
het is bedoeld, een paard loopt niet van nature met zijn mond open en de tong
eruit."
Het dressuurjurylid:
Tong eruit tijdens een dressuurproef kost punten. Grand-Prixjurylid Jan Enne
Kloosterboer: "Een grote fout. Het levert onvoldoendes op. Soms doet een paard
zijn tong zelf weer terug, als de ruiter de hand loslaat. Alleen als van de tong
slechts een klein streepje is te zien, niet uit protest maar omdat het paard 'm
laat hangen, dan valt het mee. Mits de aanleuning verder in orde is. Dat rond ik
hooguit iets naar beneden af, maar onvoldoendes hoeft dat niet te geven. Wel
voor een opgekrulde of blauw aangelopen tong in opengesperde mond." Volgens
Kloosterboer ligt de schuld bijna altijd bij de ruiter. "Te veel hand of
onvoldoende onafhankelijk zitten en daardoor te veel en te lang inkomen met
teugelhulpen verstoort de aanleuning. Een ruiter met weinig gevoel kweekt geen
'happy athlete'."Kloosterboer heeft er gemengde gevoelens over dat tegenwoordig
tot en met de ZZ Zwaar met tonglepel mag worden gereden. "Ik ben niet tegen
hulpmiddelen, mits ze als zodanig worden gebruikt. Je kunt een tonglepel
proberen om een paard weer te leren dat het beter is zijn tong gewoon te laten
liggen. Op een vriendelijke manier, met een zachte hand. Het voelt voor hem ook
niet prettig met de tong over het bit. Alleen moet je er niet mee door blijven
rijden. Het is slechts een tijdelijke oplossing."
omhoog
Publicatie Seasons juli/augustus 2006 - Celia Egmond
Fotografie: Robert Mulder
Publicatie Zenderstreeknieuws 9 augustus 2006
"We zijn opgegroeid met paarden", vertelt Anita. "We waren 7 en
11 jaar toen we ermee begonnen met paardrijden, een jaar later kregen we onze
eerste pony. Haar noemde we 'Sweetness'. "Al enige tijd kampt deze 14-jarige
Welsh Pony echter met problemen. "In 2004 is ze onwel geworden. Ze werd stijf,
ging op hol slaan, kwam niet uit haar vacht en was chagrijnig, iets wat ze
voorheen nooit deed", aldus de zusjes. "Het houden van paarden is voor ons puur
een hobby en emotie. Het rijden is niet meer belangrijk als je merkt dat het
paard problemen heeft. Voor onze paarden willen we alles doen." Zodoende lieten
Anita en Astrid het paardje allerlei onderzoeken ondergaan.
Er kwam echter geen duidelijke oorzaak naar voren waarom de toestand van
Sweetness verslechterde. "Op aanraden van de dierenarts zijn we op zoek gegaan
naar een fysiotherapeut. Toen kwamen we bij de osteopathie terecht."
Blokkades
Martine Burgers werkt als paardenosteopaat en behandelde Sweetness. "Osteopathie
gaat ervan uit dat alle structuren moeten bewegen. Als een deel van het lichaam
niet beweegt zoals het hoort, heb je een blokkade", vertelt ze. "Ik heb geleerd
hoe een geblokkeerde regio aanvoelt. Tijdens je onderzoek stel je deze blokkades
vast, vervolgens ga je tijdens je behandeling de beweeglijkheid in deze gebieden
van het lichaam herstellen. De behandeling hangt af van de ernst van de
klachten, en hoe het dier reageert op de behandeling. Een behandeling werkt
meestal tot vier weken door."
Bij Sweetness constateerde Martine vier blokkades, onder andere in de
halswervelkolom en heiligbeen. Met zachte handtechnieken behandelt zij die
locaties. Door gebruik van haar handen laat zij de spieren en weefsels
ontspannen. Deze zachte handtechniek heeft bovendien invloed op de organen.
Opvallend is dat de meeste paarden (ook Sweetness) tijdens de behandeling erg
ontspannen zijn.